De zij-instromer vs de bevoegde

Het zou zomaar de titel van een spannend verhaal kunnen zijn, en nu ik er zo denk is dat misschien ook wel zo. Het is in ieder geval een verhaal met spanning met dagelijkse episodes. Als zij-instromer in het vak (of is het nou beroep), kan ik er over mee praten. Om dit aan te tonen, even een korte biografie van mijn weg tot het VO-docentschap.
Na een HBO opleiding Bedrijfskundige Informatica en 7 jaar ICT arbeid, maakte ik in 2002 de overstap naar het onderwijs. Een bewuste keuze? Ja zeker! Een veilige en gemakkelijk keuze? Nee absoluut niet. Want wie stapt er nu uit een wereldje waarin goed verdient wordt en er vaste uren zijn, naar een wereld waarin het loon goed is, maar meer niet, je met continue wisselende omgevingen te maken hebt (zelfs in één lokaal) en je zo’n beetje het lachtertje van de de maatschappij bent. Ik herken me dan ook wel een beetje in het artikel/de blog die ik las; “ZIJ-INSTROMERS IN HET ONDERWIJS ZIJN EIGENLIJK NIET GOED WIJS“.
Zoals gezegd had ik er 7 jaar ICT op zitten toen ik er wel een beetje genoeg van had; geld is leuk maar een schouderklopje is leuker (althans voor mij). Door samenloop van omstandigheden, werd ik gestuurd in mijn keuze voor het onderwijs, waarbij ik in eerste instantie koos voor het basisonderwijs. Een traject als zij-instromer was voor mij de “makkelijkste” optie omdat ik met mijn HBO voorlopleiding, een verkort traject in mocht. Naast het feit dat dit traject op zich al niet makkelijk was en zeer tijdrovend, was het ook op sommige momenten een ‘gevecht’. Dat gevecht was er een tegen de vooroordelen die leefden (en nog?) bij de “regulier” opgeleide docenten; die zij-instromers komen na een kort trajectje onze banen in pikken en verdienen ook vaak nog meer.
Wat in deze strijd vaak door de ‘tegenstanders’ vergeten of over het hoofd gezien werd, is dat die zij-instromers vaak heel veel ervaring meebrengen van buiten het onderwijs. Ervaring en kennis (ook uit de eerdere opleiding) die het onderwijs heel goed kan gebruiken als toch redelijk in zichzelf gekeerd wereldje. En dat die kennis de reden is dat niet het volledige traject doorlopen hoeft te worden.
Afijn ik heb die fase overleefd en mijn studie afgerond, weliswaar met een jaar vertraging, maar mag het met een gezin met jonge kinderen, 3 dagen werken en 2 dagen stage!? Tijdens die studie ben ik namelijk, er moest ook brood op de plank, begonnen met werken in het VO. Volkomen onbevoegd natuurlijk, maar het mocht. Als docent Handel & Administratie kreeg ik meteen te maken met een collega die vertrok en mij achterliet met een examenklas, waarvan ik dan ook maar mentor werd, en zijn postbakje omgekeerd in mijn postbakje. Een hele kluif, zeker toen er een aantal van mijn mentorleerlingen betrokken waren bij een ernstig incident op school. Kom er maar eens om in je eerste jaar in het VO.
Nadat ik mijn PABO bevoegdheid had behaald moest er natuurlijk nog een bevoegdheid komen om economie te mogen geven. En dit was even een heel ander traject dan de PABO bevoegdheid; een assessment wees uit dat ik mij nog op 3 onderdelen moest bekwamen; ethiek, privaatrecht en marketing. De wijze waarop dit bepaald werd is denk ik reden tot onvrede bij vele VO bevoegde docenten. En ik kan niets anders zeggen dan TERECHT! Er hing een bepaalde vorm van willekeur over dit assessment en dan met name het deel waarin gekeken werd naar welke competenties van het leraarschap je al had. Officieel moest je iets aantonen, maar dat was maar zeer beperkt noodzakelijk. Daarnaast waren deze competenties puur vakinhoudelijk en was er weinig tot geen aandacht voor pedagogiek/didactiek. Een PABO opleiding was op dat vlak even veel “waard” als een pedagogische aantekening na een aantal vrijdagmiddagen cursus.

Tot zover de introductie van mijn persoontje in het onderwijs. Waarom nu deze blog? Ik werd getriggerd door een blog van Karin Winters die (gechargeerd) kwaad is omdat ze vindt dat het voor “zittend docenten, die een gedegen vooropleiding gevolgd hebben, frustrerend is om te zien dat zij aan alle kanten gepasseerd worden door zij-instromers“. Nu richt haar “woede” zich met name op de situatie in het BVE, maar ik trek ‘m mij toch een beetje aan. Want die “woede” die zij uit, wordt door velen onderschreven en is gebaseerd op het idee dat mensen die een gedegen opleiding achter de kiezen hebben, betere docenten zijn dan de zij-instromers. Ook ik chargeer nu een beetje natuurlijk, maar toch. Ik ben van mening dat bevoegd zijn, want dat ben je met een “gedegen” vooropleiding, niet automatisch betekent dat je ook in staat bent om “gedegen”les te geven. Ik denk dat vele mensen in het onderwijs collega’s aan kunnen wijzen die nou niet persé vanwege hun opleiding, in staat zijn voor de klas te staan. Ik had een onbevoegde collega op het VMBO die beter dan welke collega voor zijn vak, in staat was de klas te betrekken en de stof over te brengen. Ik durf te stellen dat deze man zeer bekwaam was. Helaas kwam een eind aan zijn “carriere” bij ons op school, omdat voor hem de drempel “bevoegdheid” te hoog was.

De discussie over bekwaam vs bevoegd is een essentiële. Met name in de vergelijking met de situatie in Finland, is dit een belangrijk punt. De één wijst op het feit dat het niveau van de docenten daar zo veel hoger is dan in Nederland, de ander op het feit dat vak daar hoger in aanzien staat, weer een ander op het feit dat de salarissen beter zijn en de laatste op het feit dat de uren minder zijn (geen 1040 maar “slechts” 900). Wat mij betreft een kip-ei vraagstuk. Maar wel van belang is dat door het hogere aanzien er meer belangstelling is en daardoor de eisen hoger kunnen zijn. Je kunt daardoor veel makkelijker een selectie maken waardoor je mensen krijgt die én bevoegd én bekwaam zijn. In Nederland zijn we nog (lang?) niet zo ver en moeten we het doen met wat we nu hebben met de al dan niet dreigende tekorten vanwege de vergrijzing.
Ook hier streven we bij voorkeur naar zeer bekwame bevoegde mensen in het onderwijs. Ik denk ook dat 80% van de mensen in het onderwijs in deze categorie valt. Als ik dan vervolgens uit die laatste 20% moet kiezen tussen de bevoegden en de bekwamen……

De discussie zal nog wel even gevoerd worden, zelfs al hebben we de situatie van Finland geëvenaard.

Please leave a comment

  1. Karin Winters Says:

    Allereerst ben ik het natuurlijk met je eens, ervaring in het bedrijfsleven maakt dat je in het beroepsonderwijs vaak actuelere kennis hebt dan de lang zittende “bevoegde” docenten en dus een goed vakdocent kan zijn. Dan is het als zij-instromer ook logisch dat een kort traject waarin didactiek en pedagogiek voldoende is. Jij hebt een bak ervaring en een hoge vooropleiding meegenomen en kiest met je hart voor onderwijs, niet vanwege de lange vakanties. Echter en dat lees ik bij jou ook, de kwaliteitsmeting, noem het wat mij beteft EVC voordat iemand als zij-instromer in het MBO als docent voor de klas mag is mij te mager. Ook ik vind (dat kun je ook lezen) bekwaamheid en blijvende ontwikkeling veel belangrijker dan het papiertje dat in 1979 gehaald is. Wat ik werkgevers verwijt is het toelaten zonder gedegen toetsing van te laag opgeleiden in een traject. http://www.ib-groep.nl/zakelijk/BVE/zij-instroom/Zij-instroomtraject_bve.asp
    Daarmee belast je de bekwamen en bevoegden (een BVE traject maakt dat je startbekwaam bent) omdat de inhoud van de laag opgeleide/gekwalificeerde zij-instromers en oude bevoegden de kwaliteit van onderwijs onder druk zetten. We hebben het ook nog niet gehad over de kwaliteit van de verschillende BVE trajecten…effe reflecteren op mijn leervraag. Ja ook ik heb een BVE startbekwaamheid (toen heette dat nog zo).

  2. Hannes Minkema Says:

    ‘Wil je liever een bevoegde of een bekwame docent’ is een frame, ons opgedrongen door mensen die graag goedkope krachten voor de klas zetten die minstens zoveel kans maken op ‘onbekwaam zijn’ dan de bevoegden die jij hier hekelt.

    Ik zal je direct zeggen dat een van mijn allerbeste collega’s ooit een onbevoegde zij-instromer was. Maar die heeft zich ingespannen en binnen ruim een jaar haar bevoegdheid gehaald. Naast het ouderschap en door middel van (niet: naast) een betaalde baan in het onderwijs.

    Zo hoort het ook.

    Elke beroepsgroep die zichzelf serieus neemt heeft bepaalde eisen hoog te houden t.a.v. de kwalificaties van beroepsbeoefenaars. Ga je daarmee marchanderen – omdat er een tekort is, omdat het zo zielig is voor de hulpkrachten die de tekorten komen opvullen – dan is het einde zoek. Zie de klachten over leerkrachten die niet kunnen schrijven of rekenen.

    Zij-instromers rekenen zich wel eens rijk. Menen dat de ‘ervaring uit het bedrijfsleven’ die zij meebrengen van eminent belang is voor de leerlingen, en dat het daarom eigenlijk een belediging is te vragen dat zich net zo goed kwalificeren als hun collega’s.

    Natuurlijk: ervaring in een andere sector of in ‘het leven’ kan een hoop opleveren. Ik zal de eerste zijn die dat toegeeft. Maar het kan ook weinig opleveren. Ik hoop dat jij de eerste bent die dat toegeeft.

    Een scherp assessment is dus nodig. Niet leuk voor de zij-instromer die zichzelf rijk rekende, maar wel zo netjes naar het onderwijs, de leerlingen, en de beroepsgroep toe.

    Een collega Nederlands die in het oog van de schoolleider ‘fantastisch bekwaam’ is maar geen sjoege heeft of kan krijgen van grammatica of literatuur, sorry, maar die moet echt iets anders gaan doen. De ‘fantastische bekwaamheid’ richt zich dan kennelijk op maar een deel van zijn totale beroepsuitoefening – de leerling ‘pleasen’ – en zijn onderwijs lijdt daar schade bij. Zo ook met would-be onbevoegde wiskundeleraren die geen kaas gegeten hebben van logaritmes, of would-be-economieleraren die kosten, lasten en uitgaven niet uit elkaar kunnen houden. Niet iederéén die in crisistijd bij McKinsey of ABN-AMRO de laan uitgestuurd is, is een vakbekwame docent voor uw en mijn kinderen.

    Ik neem vakinhoudelijke assessments af. Ik wil eerlijk zijn tegenover zowel de student Nederlands als de zij-instromer die Schoevers heeft gedaan. Daarom hanteer ik dezelfde maatstaf voor beiden. Ze meoten evenveel aantoonbaar verstand hebben van lezen, schrijven, mondelinge taalvaardigheid, literatuur en taalbeschouwing. Vindt de Schoeverse zij-instromer dat ik haar ‘ervaring in het bedrijfsleven’ geen recht doe? Pech gehad. De leerlingen en de school willen dat ze inspirerend onderwijs geeft in (jeugd)literatuur en zinsontleding, en daar weet ze toevallig geen bal van. Lerarentekort of niet. Ze zal zich dus net zozeer moeten scholen als haar collega’s die met hard werken hun bevoegdheid verdienden.

    Ik vind dat geen onredelijke eis. Zeker niet vanuit leerlingperspectief.

  3. admin Says:

    Hannes ik ben het met je eens dat een bevoegdheid zeer zeker een zeer wenselijk iets is. Maar met deze zin, geef ik ook al aan, dat (en dit sluit aan bij dat kip en ei verhaal) zolang je nog niet een bak van 20.000 mensen hebt die het onderwijs in willen, je blij moet zijn met zeer bekwame mensen, die dan helaas nog (even) onbevoegd zijn. Liever dat dan een bevoegde die onbekwaam is.
    Als je zorgt voor goede inhoudelijke assessments, dan kun je zorgen dat je de juiste mensen voor de klas krijgt als zij-instromer. Zoals je in mijn stuk leest, was ik niet overtuigd van het assessment wat mij is afgenomen. En ik denk dat mijn assessment geen uitzondering was. Ben blij dat jij met jouw assessments in staat bent om de Schoevers-dame die geen inspirerend onderwijs kan geven, eruit te pikken.
    Als we het nou voor elkaar krijgen dat we wel 20.000 mensen hebben die het onderwijs in willen, dan kunnen we de eisen opschroeven en van daaruit de kwaliteit (nog) verder de hoogte in stuwen.

  4. Hannes Minkema Says:

    Maar we zijn Gekke Gerritje niet, en jij & ik weten dat onder die 20.000 invallers zich lieden bevinden die zeer geschikt, geschikt, niet zo geschikt en ongeschikt zijn. Hoe deze brave lieden verdeeld zijn over de genoemde categorieën, weet niemand. OCW – grondwettelijk verantwoordelijk – knijpt beide ogen stijf dicht. De werkgever natuurlijk ook.

    Dit dan nog afgezien van het feit dat sommige onbevoegden zich een tijdje staande houden maar in wezen kennis & bekwaamheid tekortkomen, en dat andere onbevoegden schade veroorzaken door een kennisgebrek dat best reparabel is. Zo kunnen we het probleem opblazen, dan wel met de mantel der liefde toedekken. Voor beide opties is iets te zeggen.

    Ik zie als enige redelijke uitweg om iedere leraar naar dezelfde maatstaven te beoordelen. Ook al is dat beoordelen misschien net zo imperfect als het beoordelen of iemand een geschikte rechter, tandarts, advocaat, agent of verpleegkundige is. Beroepsgroepen waar men evident niet zo massaal & ongemerkt kan beunhazen als in het onderwijs. En ook al leidt dat beoordelen tot het moeten volgen van een aanvullende opleiding waartoe men de tijd niet meent te hebben.

    Ik ben ‘gematigd blij’ met die 20.000 bovenstebeste beunhazen die ervoor zorgen dat geen klas naar huis hoeft. Maar als de bejegening van die 20.000 door politiek en werkgevers zodanig is dat de status en de kwalificaties van de 100.000 bevoegde leraren wordt uitgehold, ben ik minder dan ‘gematigd blij’.

    Of ze ‘even’ onbevoegd zijn, valt te betwijfelen. Niemand die het weet – dat is een probleem op zich – maar mijn indruk is dat de meeste onbevoegde leraren na drie jaar nog steeds hun bevoegdheid niet hebben gehaald. Dan hebben we het over pakweg 600 leerlingen die een of meer jaren onbevoegd les hebben gekregen. Geen wenselijke situatie.

    Natuurlijk moeten assessments in orde zijn. Maar ze zijn een noodgreep, waaraan behoefte ontstond doordat de lerarenopleidingen te weinig (en zeker te weinig getalenteerde) kandidaten trokken. Mijn indruk is dat kandidaten vaak ‘het voordeel van de twijfel’ krijgen. Daarom zijn er ook relatief weinig klachten over. Maar of dat goed is voor het beroep?

    Als het hoogste goed is dat ‘er geen klas naar huis hoeft’, dan doet het huidige systeem het prima. Maar mijn hoogste goed is dat niet.

Leave a Comment